Your cart

Start nieuw project “Revapolis” te Zandhoven.

Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez investeert 71,5 miljoen euro in een gloednieuwe campus waar revalidatiecentrum Pulderbos, respijthuis Limmerik en zorg- en herstelverblijf Hooidonk in Zandhoven hun intrek zullen nemen.
De ambitieuze plannen om de zorg en revalidatie daar op één plek te bundelen liggen al langer klaar, maar liepen wat vertraging op.
Bedoeling is nu om begin 2026 de eerste stenen te leggen en in 2028 moet de nieuwbouw klaar zijn.

Wij starten dit project op: 1 Mei 2026.

In Zandhoven zijn er al jaren plannen voor een zogenaamde Revapolis, een campus waar revalidatiecentrum Pulderbos, respijthuis Limmerik en zorg– en herstelverblijf Hooidonk hun krachten bundelen. Maar onder meer door de coronapandemie liepen de plannen, die kunnen rekenen op Vlaamse steun, vertraging op. Nu voorziet minister Gennez de effectieve financiering voor het project. 

Nu de beslissing gevallen is, willen ze in Zandhoven zo snel mogelijk beginnen bouwen. Binnenkort, 1 Mei, starten wij de werken en worden de eerste stenen gelegd.

De nieuwe campus komt op de plek waar de gebouwen van Hooidonk momenteel staan, aan de Langestraat tussen Zandhoven en Zoersel, midden in het groen.

In 2028 moet de nieuwbouw klaar zijn. Tot dan kunnen de organisaties hun werking voortzetten in hun huidige gebouwen.

“Op deze nieuwe campus kunnen in de toekomst jong en oud terecht om te revalideren en herstellen met toonaangevende expertise en modernste infrastructuur”, zegt minister Gennez. 

Afgevaardigd bestuurder van revalidatiecentrum Pulderbos, heeft het over “fantastisch nieuws”. “Met deze nieuwe infrastructuur kunnen we ook de komende decennia jonge revalidanten de kwaliteitsvolle zorg garanderen die kinderen, jongeren en jongvolwassenen verdienen”, klinkt het.

Ook directeur van zorg- en herstelbedrijf Hooidonk, reageert tevreden op de geplande nieuwbouw: “Op deze manier gaan we nog veel beter kunnen inspelen op de toekomstige zorgvraag van revaliderende en herstellende volwassenen en ouderen.”